Op de barricades

Deel op facebook
Facebook
Deel op twitter
Twitter
Deel op linkedin
LinkedIn

De ‘Loesje’ van vandaag doet me denken aan iets. Natuurlijk allereerst aan wat er al anderhalve jaar aan de gang is. Dat veel mensen het zat zijn. En dat kan dan slaan op de aanwezigheid van corona, op de maatregelen, op de mondkapjesplicht of de invoering van de coronapas. Maar mensen zijn het ook zat om te veel te moeten betalen voor hun woning. Mensen zijn het zat! En wat doe je dan? Op de barricades staan! Het is een contrast met hoe het enkele jaren geleden ging. Er waren weleens protesten, maar niet zo aanwezig als nu. Het tekent een periode van basale onrust die mensen alleen nog kunnen uiten door van zich te laten horen, te laten weten dat ze het er niet mee eens zijn.

Dat brengt me bij het tweede waar ik aan moest denken. Sommige cliënten die een hulpverlener zoeken komen niet per sé om zelf geholpen te worden. Zij komen om hun verhaal te doen, of beter gezegd hun beklag. De mensen om hun heen maken hen het leven moeilijk. De instanties stellen wel erg hoge eisen waar ze toch nooit aan kunnen voldoen. Soms klagen ze over het leven zelf, over hoe oneerlijk het leven hun gezind is. Hoewel in sommige gevallen deze cliënten gelijk hebben, is dat eigenlijk niet zo relevant voor de hulpverlening. Want uiteindelijk gaat het er in de spreekkamer over hoe een cliënt kan veranderen, zich kan aanpassen, kan leren accepteren, zodat hij er minder last van heeft en prettiger in zijn vel zit. 

            Lastig wordt het als een cliënt die steen en been klaagt een beroep op jou als hulpverlener doet om ook op de barricades te komen staan. Want als je klaagt, wil je geen kritiek, wil je geen oproep tot zelfreflectie. Nee, je wilt horen dat je gelijk hebt en dat de ander je steunt. Als hulpverlener kan je dan behoorlijk vast komen te zitten tussen wat therapeutisch heilzaam is en welk beroep de cliënt op je doet. Gelukkig hebben we daar in de provocatieve psychologie een oplossing voor: provoceren op de relatie! Wanneer een cliënt een relationeel beroep op je doet om mee te gaan in zijn klaagzang, dan bied je hem precies dát wat hij wil. Maar dan wel -zoals heel vaak in het provocatieve- zwaar overdreven! Een voorbeeld:

Een vrouw komt in behandeling en klaagt erover dat haar man is vreemdgegaan. Dat is heel vervelend natuurlijk. Maar als zij besluit bij hem te blijven dan zit in dat besluit ingesloten dat ze moet leren leven met het gegeven dat hij met die ander naar bed is gegaan. Wat vaak voorkomt is dat in het proces om het te leren accepteren er veel woede is naar haar man en/ of naar degene die haar man verleid heeft. Wanneer de cliënte dan begint te klagen over die andere vrouw en hoe ze het in haar hoofd kan halen om te stoken in een (goed…?) huwelijk, dan is dat begrijpelijk, maar niet helpend. Om de cliënte vanuit de klaagzang terug te laten keren naar zelfreflectie en te onderzoeken hoe zij om moet leren gaan met de heftige en vaak tegenstrijdige emoties, leg ik dan overdreven nadruk op het belang om haar gram te gaan halen bij de minnares van haar man. Want het is inderdaad godgeklaagd dat die vrouw met haar klepperende schaamlippen het lied van verleiden speelt waar ieder man voor zou vallen. Dat zo’n vrouw nog vrij rondloopt is eigenlijk belachelijk! En ze heeft zelf nog kinderen ook. Daar moet je toch Bureau Jeugdzorg op afsturen. Hoewel, die zijn vaak niet erg effectief. Misschien moeten we er een groep Russische maffialeden op afsturen. Maar dan wel van die orthodox Russische mannen. Die streng in de leer zijn en die sloerie eens even goed een lesje gaan leren. En haar man zou dan eigenlijk ook nog aanwezig moeten zijn om het allemaal te observeren. En hij verdient dan misschien nog een paar puntjes door na afloop van de afranseling van zijn ex minnares iets te roepen als: “Ja, dat heb je verdiend goedkope vrouw!”. 

            Goede kans dat de cliënte dan 1. Genoegdoening haalt uit het beeld van die afranseling en 2. Snel tot de conclusie komt dat dát wel erg ver gaat. De reactie van de cliënte is dan meestal dat zij mij gaat indammen. Een wat gematigder geluid gaat laten horen. Waarop ik zal beweren dat het vuur van protest niet gedoofd moet worden, maar we samen hoog op de barricades moeten gaan staan om een geluid van fatsoen te propageren en dan met grote posters van die sletterige ex minnares van haar man boven ons hoofd leuzen als “Voor sletten geen plaats” of iets dergelijks te schreeuwen. Wederom zal de cliënte denken dat dit wel erg ver gaat en het misschien beter is als we niet op de barricades gaan staan. En de enige manier waarop dat kan is om haar blik meer op zichzelf te richten en te bedenken wat zij te leren heeft in deze situatie en minder te kijken naar anderen.

            Het Malieveld halen we op deze manier nooit. Maar door overdreven op de barricades te staan leert de cliënt dat ‘zeggen waar het op staat’ prima is, als je maar niet blijft hangen in een klaagzang over anderen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top