De provocatieve therapie, deel 1

In deze serie blogs start ik met het schetsen van een globaal beeld van de provocatieve therapie. Wanneer de basisprincipes aan bod zijn geweest zal ik ook meer thematisch schrijven over toepassingen van de provocatieve therapie, bijvoorbeeld over provocatieve therapie bij trauma’s, of provocatieve therapie in relatietherapie. Wellicht dat er suggesties van u als lezer komen in het commentaar op de blogs.

ezel-vooruit-trekken

Laten we beginnen met één van de belangrijkste principes die ik als provocatief psycholoog hanteer. De kortste uitleg geven Jaap Hollander en Jeffrey Wijnberg in hun boeken door de werking van de provocatieve therapie samen te vatten als: “Wil je een ezel vooruit laten lopen, dan moet je hem aan zijn staart trekken.” Wat betekent dit principe als het over cliënten gaat? Er zijn cliënten die niet heel veel nodig hebben van een psycholoog. Door één of een paar gesprekken over hun problemen en een enkel advies van de psycholoog zijn deze cliënten al geholpen en gaan opgelucht verder met hun leven. Een klein duwtje in de goede richting is dus voldoende. De ezel aan de staart trekken is dan niet nodig.

Maar er is ook een aanzienlijk aantal cliënten dat niet vooruit gaat door goedbedoeld geduldig luisteren, analyseren en adviseren van de psycholoog. En dat is ook niet zo gek. Want veranderen is nu eenmaal moeilijk. Als een cliënt al jaren gewend is om op een bepaalde manier te denken, te voelen en te doen, dan kost het moeite om de patronen waaraan je gewend bent te doorbreken. Vaak wil die cliënt wel een verandering, en is hij dus dankbaar voor de tijd en voor de adviezen van de psycholoog. Maar het resultaat blijft vervolgens toch uit. Dan is het tijd om ‘de ezel’ niet meer vooruit te duwen, maar om ‘de ezel’ aan de staart te trekken.

Hoe uit zich dat in de behandelkamer, die ezel aan zijn staart trekken? Om dat uit te leggen haal ik de twee centrale principes aan die Frank Farrelly in zijn boek Provocative Therapy (1974) beschrijft. In deze blog zal ik het eerste principe bespreken. De volgende blog zal in het teken staan van principe 2.

Principe 1: Als de cliënt geprovoceerd wordt door de psycholoog (in goed contact, met humor én aansluitend bij de belevingswereld van de cliënt), dan zal de cliënt in de tegengestelde richting bewegen van de definitie die de psycholoog van de cliënt als persoon geeft. (Farrelly & Brandsma, 1974, p. 52)

ezel-aan-staart-trekken

Dat komt op het volgende neer. Als je tegen een collega zegt dat het een fijne en betrouwbare collega is omdat hij altijd zijn werk op tijd aanlevert. Dan is de kans groot dat die collega jouw compliment of positieve feedback zal afzwakken door opmerkingen als “Owwww, ja, nou dat is toch niet zo bijzonder! Dat is gewoon mijn werk hoor! Ha, ben je gek. Daar hoef je me toch niet voor te bedanken!”. Dus je bent positief over die collega, je zegt iets over hem als persoon, namelijk ‘betrouwbaar’. En je collega zwakt het af. Hij beweegt daarmee in negatieve richting van jouw definitie.

Als je tegen dezelfde collega zegt dat je ervan baalt dat hij altijd te laat komt bij de teamvergadering, en dat hij stoort door steeds te laat te komen. Dan is de kans groot dat hij zich op aangevallen voelt én….. dat hij zichzelf gaat verdedigen: “Ja, ik kom dan misschien wel een minuutje te laat, maar dat komt omdat ik altijd nog het werk van anderen moet opknappen omdat zij halve werk doen” of “Ik weet het, ik weet het. Maar weet je wat het is, ik ben dan druk aan het werk. Ben op zich op tijd klaar voor de vergadering. Maar ik vind het ook belangrijk om nog even de notulen gelezen te hebben van de vorige keer. En dan kom in net wat te laat. Sorry!” Ook hier beweegt de collega in de andere richting van jouw definitie: jij bent negatief over wat hij doet en je collega probeert dat beeld af te zwakken. Daarmee beweegt hij in een positieve richting.

Bij cliënten zien we precies hetzelfde. 99% van de cliënten komt bij een psycholoog met een negatieve definitie over zichzelf. Dat kan om een ‘kleinigheid’ gaan (de laatste tijd ben ik niet tevreden over mijn productiviteit op mijn werk) of om een langdurig diep ingesleten negatieve definitie van zichzelf (al sinds mijn jeugd heb ik het gevoel dat ik niet belangrijk ben. Alles wat ik geprobeerd heb in mijn leven tot nu toe stond in het teken van ‘erkend’ worden, belangrijk gevonden worden. Maar telkens word ik weer afgewezen. Ik voel me een nul). Als we bij deze laatstgenoemde cliënt ons best beentje voor zetten en we benoemen welke positieve eigenschappen we zien bij de cliënt (positieve definities over hem als persoon) dan is de kans bijzonder groot dat de cliënt het aardig vindt dat je het zegt, maar dat je opmerkingen verdwijnen in een bodemloze put van ongeloof dat iemand positief over hem kan zijn en het nog meent ook.

SONY DSC

Maar als we deze cliënt bevestigen in al zijn negatieve gedachten over zichzelf, bijvoorbeeld door meteen al te vragen “Maar kan het misschien zijn dat je ook gewoon minder belangrijk bent dan de rest van de wereld? Dat je broer, je buurvrouw en je collega’s inderdaad meer voorstellen dan jij? Dan klopt je gevoel toch bij de situatie?”, dan is de meest geziene reactie van de cliënt dat hij eerst vertwijfeld is (zegt de psycholoog dat echt? Hij hoort toch positief te zijn?) en daarna dat hij zichzelf een beetje gaat verdedigen. Bijvoorbeeld door te zeggen “Maar dat kan toch niet waar zijn! Ik zou toch net zoveel waard moeten zijn als veel mensen om me heen? Kijk eens hoeveel werk ik verzet! En bij mijn broer komt het allemaal maar aanwaaien.” Zodoende beweegt de cliënt zelf in de tegengestelde richting van jouw ‘negatieve’ definitie en wordt daarmee al iets positiever.

Om dit provoceren goed te kunnen doen is het zeer belangrijk dat de provocatief psycholoog niet alleen provoceert, maar dat hij ook aansluit bij de belevingswereld van de cliënt. Het gaat eigenlijk niet om de definitie die de psycholoog heeft van de cliënt, maar om het verwoorden en uitvergroten van de niet functionele definitie die de cliënt van zichzelf heeft. Als de cliënt dan in opstand komt tegen wat de psycholoog zegt, dan komt de cliënt eigenlijk in opstand tegen zijn eigen niet functionele gedachten en gevoelens over zichzelf.

De provocatieve therapie onderscheidt zich van andere therapievormen doordat:

  1. Dit in opstand komen tegen zijn eigen niet functionele gedachten en gevoelens al meteen vanaf de eerst 5 minuten van een behandeling opgeroepen kan worden.
  2. De cliënt vanaf het begin van de behandeling uitgedaagd wordt om in opstand te komen zonder teveel te leunen op de psycholoog. De cliënt krijgt al vrij snel door dat de kracht om positiever over zichzelf te denken uit zichzelf komt en niet uit de psycholoog.
  3. Door de cliënt uit te dagen moeten zowel de cliënt als de psycholoog meteen al uit hun comfort zone komen. Dat is spannend, maar de kans dat er iets in beweging komt is ook veel groter.

In de volgende blog zal ik principe 2 bespreken. Behalve dat een cliënt een bepaalde (meestal een negatieve niet functionele) definitie over zichzelf heeft, heeft de cliënt meestal ook de vraag wat hij anders kan doen.

Ook met die behoefte van de cliënt zullen we natuurlijk provocatief omgaan.

Wilt u reageren op deze blog? Laat u dan een reactie achter!

2 gedachtes op “De provocatieve therapie, deel 1”

  1. Ha Freek! Interessant! Ik geloof inderdaad dat deze aanpak goed kan werken voor mensen bij wie positieve input verdwijnt in een zgn bodemloze put. Ik kijk uit naar je volgende blog! Groet Kim

    1. Hi Kim. Dank voor je reactie! Ik heb zojuist een 2e blog geplaatst. Ik hoop dat je die net zo interessant vindt.
      Vriendelijke groet, Freek

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Cookie instellingen

Deze website maakt gebruik van functionele en analytische cookies, die noodzakelijk zijn om deze site zo goed mogelijk te laten functioneren. Hieronder kan je aangeven welke andere soorten cookies je wilt accepteren.

Privacy Beleid | Sluiten
Instellingen
Scroll naar top